Het medisch dilemma bij Covid-19

In mijn stagetijd ben ik betrokken bij actuele zaken waarin zich interessante juridische aspecten voordoen. Zo ook deze zaak.
Een patiënt op de IC van een regionaal ziekenhuis vecht tegen Corona maar de arts wil de behandeling stopzetten omdat deze naar zijn oordeel medisch zinloos is. Wat is de juridische positie van een patiënt op het moment dat diens behandeling als zinloos wordt gezien?

Bij de behandeling van een patiënt moet de arts handelen als een goed hulpverlener. Dit houdt in dat op de arts een inspanningsverplichting rust om alles te doen (en te laten) dat het belang van de patiënt dient. De arts moet zich daarbij houden aan medische richtlijnen en standaarden. Wij noemen dat de “standard practice” of de stand van de wetenschap. Dat is geen vaststaand gegeven. De medische wetenschap is voortdurend in ontwikkeling.

Soms komt het voor dat, op basis van de huidige medische inzichten, geen redelijke kans bestaat op genezing. Indien dat het geval is kan (en soms moet) een arts de behandeling stopzetten omdat voortzetting van de behandeling dan ‘medisch zinloos’ wordt geacht.

In zo’n situatie maakt de behandelend arts een eigen afweging en neemt hij op grond daarvan een beslissing. Bij het nemen van die beslissing hoeft hij zich niet te laten leiden door de wensen van de patiënt.
Maar moet de patiënt zich daarbij dan altijd neerleggen? Dat is niet zo. De patiënt moet dan wel stellen en bewijzen dat er een kans op verbetering bestaat, en de behandeling daarom niet zinloos is. In een dergelijk geval zal een second opinion door een andere arts daarover uitsluitsel moeten geven.
Ook staat de gang naar de rechter open. Maar wat kan een rechter hierin betekenen?

Een rechter gaat in een dergelijk geval beoordelen of de arts redelijkerwijs tot zijn/haar beslissing had mogen komen. Het spreekt voor zich dat een rechter de beslissing van de arts niet (zelf) medisch-inhoudelijk zal kunnen toetsen, en dat maakt deze toetsing dus marginaal. Als uit deze marginale toetsing blijkt dat de arts zich niet heeft gehouden aan de geldende richtlijnen en standaarden die op het moment van de beslissing in de medische wereld bekend waren, dan kan een rechter oordelen dat de behandeling van de patiënt moet worden voortgezet. In de praktijk komt een rechter niet snel tot dit oordeel. De tendens in de rechtspraak is dat de rechter terughoudend is. Een aantal uitspraken in kort geding laten zien dat de rechter de vordering van de patiënt op voortzetting van de behandeling afwijst. Een kort geding kan wel van belang zijn indien de patiënt meer tijd nodig heeft om een second opinion te verkrijgen.

In het geval van Covid-19 en andere relatief nieuwe ziektes is het lastig om te beoordelen wanneer de behandeling van een patiënt medisch zinloos is. Mijns inziens is het namelijk zo dat indien niet alles over de ziekte bekend is vanuit medisch oogpunt nog niet met volledige zekerheid kan worden gezegd dat de behandeling van een patiënt (volstrekt) zinloos is. Immers, naarmate er meer bekend wordt over de ziekte groeit ook de medische kennis. Door deze groei in kennis komen er nieuwe behandelmethoden aan het licht, die ertoe kunnen leiden dat een patiënt mogelijk nieuwe kansen heeft met een nieuwe behandeling. Het voortzetten van een behandeling bij een patiënt in het geval van een relatief nieuwe ziekte kan daarom mijns inziens wél medisch zinvol zijn. Het zou dan ook goed zijn als artsen in een dergelijke situatie het oordeel ‘medisch zinloos’ met enige terughoudendheid gebruiken.

In de huidige situatie van Covid-patiënten zal de rechter al snel oordelen dat een medische behandeling zinloos is, omdat er op dit moment nog geen nieuwe inzichten en richtlijnen bekend zijn omtrent de behandeling van deze ernstig zieke patiënten. Hoewel de rechter alle relevante zaken bij zijn beoordeling kan betrekken zal hij niet snel geneigd zijn om het vooruitzicht op nieuwe behandelmethoden bij zijn beoordeling te betrekken. Of deze nieuwe behandelmethoden een kans op een zinvolle medische behandeling oplevert zal moeten blijken uit de medische literatuur, en de overtuigingskracht daarvan zal mogelijk wel van invloed kunnen zijn op het oordeel van de rechter.

 

Steven Debie,
9 maart 2021


Pennino Advocaten